Hans is geboren in 's-Gravenpolder op 22 april 1966. Na de lagere school ging het via M.A.V.O. en H.A.V.O naar de de 'Zeeuwse Academie voor Chemie en Gezondheidszorg' in Goes. Na diverse naamswijzigingen van deze opleiding kreeg hij als klinisch-chemisch analist aan de Laboratoriumschool Zeeland in 1990 zijn diploma.
Na een boeiende periode in militaire dienst als wachtmeester verkenner bij het B103 Verkenning Bataljon in Seedorf, kon hij uiteindelijk in zijn vak aan de slag. Hierdoor werd hij genoodzaakt te verkassen van het 'zeeuwse' naar de 'grote stad' Arnhem waar hij een betrekking kreeg als klinisch-chemisch analist op het Klinisch-Chemisch Laboratorium van het Rijnstate Ziekenhuis aldaar. Na ruim 5 jaar lagen er geen uitdagingen meer voor hem en hield het daar voor gezien. Inmiddels was hij op het laboratorium betrokken geraakt bij de interne automatisering. Omdat voor hem hier meer uitdagingen lagen koos hij definitief voor deze branch.
Zijn IT-loopbaan begon bij Simac Service BV, het huidige Simac ICT BV onderdeel van Simac Techniek NV, als call-intaker op de helpdesk. Na een paar maanden verruilde hij deze functie voor projectcoördinator bij de afdeling Project Management. Binnen een jaar groeide hij door naar de functie van projectleider. In verband met verslechterende bedrijfomstandigheden vertrok Hans naar een nieuwe werkgever. Bij Logica, een grote IT-dienstverlener ging hij als ICT-Specialist aan diverse uitdagende projecten werken. Omdat Hans in de 2 jaar die hij bij Logica werkte teweinig mogelijkheden heeft gekregen om aan het uitbouwen van zijn functie te werken, maakte hij opnieuw een overstap. Profinity BV in Woerden(Inmiddels overgenomen door Sylis, een ICT dienstverlener uit Rotterdam.) was het bedrijf waar hij toen aan de slag ging als Senior Project Manager.
Wat Hans muzikale 'loopbaan' betreft. De liefde voor muziek zat er al vroeg in alhoewel hij pas op 16-jarige leeftijd aan zijn orgellessen begon bij Dhr. H.Murre. Van hem heeft hij ruim 6 jaar orgelles gehad.Na zijn trouwen is hij in Arnhem gaan wonen. In de kerklijke gemeente heeft hij 10 jaar de zondagse eredient begeleidt. Daarnaast viel hij ook weleens in als begeleider van het plaatselijke koor. Inmiddels heeft hij ook zijn lessen weer opgepakt. Nu bij Dhr. B. Elbertsen te Ede.
Niet alleen muziek maken, maar ook het gebruik van de stem komt bij Hans aan bod. Sinds januari 2005 zingt hij als bas bij de Reformatorische Oratorium Vereniging ´Sonante Vocale´. Meer informatie over deze vereniging kun je lezen onder het tabje ´Vocaal´
Na 10 jaar als voorzitter leiding gegeven te hebben binnen het jeugdwerk voor -12 jarigen heeft hij deze functie verwisseld voor een bestuurlijke functie. Als voorzitter is hij nu actief in het dagelijks bestuur van de Eben Haëzer school te Bennekom.
Naast het muzikaal bezig zijn, doe ik pro deo systeembeheer voor een kleine stichting. Verder cross ik met enige regelmatig op mijn MTB door de Renkumse bossen en vind ik af en toe tijd om wat te lezen.
|
|
De pijpen
Iedereen kent ongetwijfeld een blokfluit. Wanneer de fluitist van toonhoogte wil veranderen sluit hij één of meerdere gaatjes. Bij een orgelpijp is dit niet mogelijk omdat zo'n pijp maar één toonhoogte kan voortbrengen. Zoals we al zeiden is de hoogte van de toon afhankelijk van de lengte van de pijp.
We moeten dus voor iedere toonhoogte een pijp met een andere lengte aanblazen. Hebben we een toetsenbord, klavier genaamd, van 61 toetsen, dan moeten we dus voor elk register 61 pijpen hebben.Hoe ziet een orgelpijp er nu eigenlijk uit. Er is een grote diversiteit aan pijpen. Pijpen worden van zowel hout als van metaal gemaak. Je komt ze in allerlei vormen tegen. En zoals gezegd in verschillende lengtes. Globaal zijn de pijpen in twee kategoriën te verdelen.
De labiaalpijpen en de tongpijpen.
Naar het begin van deze pagina
|
Tot slot
Ik ben mij er zeker van bewust dat dit verhaal verre van kompleet is. Er zou bijvoorbeeld nog een heleboel te vertellen zijn over de mechanieken voor de toets- en registeroverbrenging van klaviatuur naar de windlade. Verder heb ik het niet gehad over vul-en samengestelde stemmen. Mocht er behoefte zijn aan dergelijke informatie dan hoor ik dat graag. Toch hoop ik dat ik hiermee de geïnteresseerde leek iets duidelijk heb kunnen maken over de werking van een kerkorgel en wel in het byzonder de techniek van mechanische sleepladen.
Sinds 1 januari 2005 ben ik lid geworden van de Reformatoruische Oratorium Vereniging, kortweg ROV, Sonante Vocale. (zie ook 'Mijn links') Na een eerste kennismaking was de keuze snel gemaakt. Daar de echte kenners na de stemtest een positief advies gaven zing ik nu als bas in dit koor. Aan het concert voor 2005 mag ik, gezien de korte studietijd, helaas nog niet mee doen, maar het mee repeteren van het uitgebreidde programma is al een genot opzich. De motetten van Schutz en de cantates van Graupner, Bach en Bruhns klikken dan ook regelmatig door de woonkamer.
Op D.V. 19 februari werkt Sonante Vocale mee aan een concert, georganiseerd door Woord en Daad, ten bate van de noodhulp in Azië. Tijdens dit concert heb ik met mijn iPAQ diverse opnamen gemaakt. Hoewel de geluidskwaliteit natuurlijk niet optimaal is, krijg je toch een aardig beeld van de klank van het koor. Hier volgt een opname van een motet van Heinrich Schütz: Also hat Gott die Welt geliebt (SWV 380).
Also hat Gott die Welt geliebt.
Op zaterdag 25 maart 2006 beleefde ik mijn eerste concert met Sonante Vocale. In een bomvolle St.Joris kerk te Amersfoort hebben we samen met orkest en solisten de prachtige muziek van de Johannes Passion van J.S.Bach laten horen. Persoonlijk een indrukwekkende gebeurtenis. Vooral het slot van dit concert met de woorden van het laatste koraal: “Ach Herr, laB dein lieb Engelein“ was een waardige afsluiting. De wijze waarop de dirigent dit dirigeerde past precies in de context van de tekst.
Voor diegene die meer achtergrond omtrent de Johannes Passion willen lezen heb ik een en ander in een pdf-document gezet. Klik hier om het document te downloaden. Mocht je dit type document niet kunnen lezen, ga dan naar 'Mijn links' en download het programma FoxitReader.
Op zaterdag 1 december 2007 voerden we de Messiah van G.F.Händel uit. We zien terug op een goed bezocht concert in de Jacobikerk te Utrecht.
Op zaterdag 8 november 2008 gaven we een concert rondom het Thema World without end. Een repertoire van engelse psalmen. Van laatmiddeleeuws tot hedendaagse uitvoeringen. De locaties was ditmaal vanwege het orgel de Martinikerk in Doesburg. De engelse organist Roger Sayer begeleidde ons op het fantastische Walcker-orgel.
Inmiddels richten we ons op het komende concert. In het najaar hopen we “Ein Deutsches Requiem“ van Johannes Brahms uit te voeren. Voor de geinteresseerd hieronder wat achtergrond informatie omtrent componist en werk.
Johannes Brahms

(7 mei 1833 – 3 april 1897) was een Duits componist, dirigent en pianist
Brahms werd geboren in een sloppenwijk van Hamburg als zoon van een freelance-muzikant en een coupeuse. Zijn ouders zagen al snel zijn grote muzikale talenten en hij kreeg op zijn zevende jaar pianoles van Otto Friedrich Cossel. Toen hij tien jaar oud was speelde hij de pianopartij en het pianokwintet opus 16 van Ludwig van Beethoven. Dit optreden werd bijgewoond door een Amerikaanse impresario, die veel geld bood voor een tournee in Amerika van dit wonderkind. Onder druk van zijn pianoleraar, die bang was dat het talent zich door dit plan niet verder zou ontwikkelen, ging de tournee niet door. Johannes kreeg daarop gratis les van Eduard Marxsen, de beste pianoleraar van Hamburg.
Brahms, toen ongeveer dertien jaar, moest om zijn ouders te steunen in hun voortdurende strijd tegen de armoede populaire muziek spelen in bars en bordelen. Hij las tijdens het pianospelen gedichten van onder meer Novalis en Hölderlin om te ontsnappen aan het werk dat hij maar vervelend vond.
Brahms begon op zijn vijftiende volksliedjes te verzamelen en te bewerken en in 1851 had hij zijn eerste werk geschreven, het Scherzo in es-klein (opus 4). Vlak daarna volgden zijn pianosonates in C (opus 1) en in fis-klein (opus 2).
In 1853 ging Brahms samen met de Hongaarse violist Eduard Reményi op tournee, waar hij in Düsseldorf Robert en Clara Schumann ontmoette. De vriendschap die ze sloten, was er een voor het leven. Dankzij de lovende kritiek van de zeer bekende Robert Schumann was Brahms' naam gemaakt. Robert Schumann had een bipolaire stoornis. Brahms maakte van nabij mee dat Schumann een eind aan zijn leven wilde maken door zich in de Rijn te werpen. Schumann werd in een kliniek opgenomen en stierf in 1856. Brahms bleef zijn hele leven innig bevriend met de weduwe Schumann. Het is tot op heden nog altijd onduidelijk of Brahms meer voor Clara heeft gevoeld dan alleen vriendschap.
In 1860 ondertekende Brahms een manifest tegen de Nieuwduitse muziek, een stroming waarvan onder andere Richard Wagner en Franz Liszt de grote figuren waren. Brahms en zijn medeondertekenaars maakten zich hiermee niet geliefd bij de modernisten. Brahms voelde zich meer thuis in de klassieke traditie van Bach, Mozart, Haydn, Beethoven en Schubert. In 1862 verhuisde hij naar Wenen.
Na de dood van zijn moeder, wat hem zeer aangreep, in 1866, componeerde hij Ein deutsches Requiem een humanistische liturgie van troost en lijden. Voor dit gigantische muziekstuk maakte hij gebruik van teksten van de vertaling van Maarten Luther van de bijbel, in plaats van de gebruikelijke Latijnse dodenmis. Hij had het stuk achteraf liever het Requiem van de Mens willen noemen. Zes delen van Ein deutsches Requiem werden op Goede Vrijdag in 1868 met groot succes opgevoerd in Bremen. Het complete werk van zeven delen ging onder leiding van Carl Reinecke op 18 februari 1869 in premiere in het Gewandhaus in Leipzig. Na Ein deutsches Requiem, componeerde Brahms Rinaldo, een ander groot muziekstuk voor koor en orkest, gebaseerd op teksten van Goethe.
In 1876 voltooide hij zijn eerste symfonie, een compositie waar hij meer dan twintig jaar had gewerkt. Deze symfonie kreeg in Wenen de bijnaam Beethovens tiende. Hoewel Brahms het aanvankelijk wel vleiend vond om de erfgenaam van Beethoven te zijn, begon hij het later toch hinderlijk te vinden.
Op symfonisch gebied werd Brahms in Wenen tegenover Anton Bruckner gesteld. Bruckner vertegenwoordigde volgens de 'Brahmsianen' (ten onrechte overigens) de 'wagneriaanse' symfonie. Brahms werd door de Bruckneraanhangers (onder andere Gustav Mahler en Hugo Wolf) als conservatief bestempeld. Beide symfonici verschilden op alle vlakken van elkaar (behalve dat zij hetzelfde lievelingsgerecht hadden). Onbedoeld werden beide meesters mikpunt van elkaars tegenstanders. Overigens leed Brahms er minder onder dan Bruckner. In de overige drie synfonieën wist Brahms een veel persoonlijker stijl te vinden. Deze werken kwamen dan ook in veel kortere tijd tot stand dan zijn eersteling.
Brahms dirigeerde ook veel, voornamelijk zijn eigen muziek, maar ook muziek van Bach en veel koormuziek. In de jaren 1856 tot 1858 heeft hij geruime tijd bij het prinsdom Detmold gewerkt aan het Hoftheater. Hij dirigeerde daar het koor en soms ook het orkest. In die periode gaf hij pianolessen aan prinses Fredrike. Hij was in 1863 in Wenen dirigent van de Singakademie en gaf concerten met werken van Bach, Schumann, Beethoven en volksliederen in eigen bewerking.
Brahms raakte door zijn successen in goede doen, maar leefde altijd eenvoudig. Hij schonk veel weg aan veelbelovende musici, zoals Antonín Dvor(ák en ondersteunde zijn familie en Clara Schumann. Brahms heeft waarschijnlijk meer dan de helft van zijn werk vernietigd, omdat hij zeer perfectionistisch was. Tijdens zijn leven maakt hij, mede door zijn botte manier van optreden, veel vijanden, maar had ook veel vrienden.
Hij overleed 63 jaar oud op 3 april 1897 aan leverkanker in Wenen. Zijn begrafenis was een grootse gebeurtenis. Op de route naar de begraafplaats waren duizenden mensen aanwezig. De stoet werd begeleid door vlaggendragers en toortsdragers. De kist werd gevolgd door zijn vele vrienden als Antonín Dvor(ák en Alice Barbi. Het gebouw van de Wiener Musikverein was behangen met zwarte doeken. Brahms compositie Fahr wohl werd door de Singverein uitgevoerd. Brahms werd vlakbij Beethoven en Schubert begraven. Ook Hamburg, zijn geboortestad, treurde: tijdens de begrafenis hingen daar de vlaggen half stok.
Brahms' oeuvre, hoewel veel ervan door de componist zelf is vernietigd, is zeer omvangrijk. Hij schreef vier symfonieën en twee pianoconcerten, een vioolconcert en een dubbelconcert. Hij zette veel gedichten op muziek, en bewerkte muziek van Handel, Schubert en Bach.
Brahms' muziek wordt gerekend tot de late romantiek, waarin veel volkse invloeden te vinden zijn. Tot zijn bekendere werken behoren: Hongaarse dansen, Ein Deutsches Requiem.
Ein Deutsches Requiem
De titel van Brahms' Deutsches Requiem is misleidend. De tekst is weliswaar Duits, maar is het ook een Requiem? In elk geval niet in zoverre de tekst geen vertaling is van de Latijnse Requiem mis, de Missa pro defunctis. In het negentiende-eeuwse Duitsland bestond een tendens, en niet alleen binnen het protestantisme, om eerbiedwaardige oude teksten die de katholieke kerk nog gebruikte, in Duitse vertaling of herdichting op muziek te zetten, getuige een Duitse versie van Mozarts Requiem of Schuberts Deutsche Messe. Die traditie volgde Brahms niet; hij refereerde meer aan Schütz' zeventiende-eeuwse Musikalische Exequien ('Teutsche Begräbnis-Missa', 1736), een poging tot een protestants equivalent van de latijnse dodenmis waartoe de beoogde overledene, Prins Heinrich Posthumus von Reuss zelf een aantal bijbelteksten had geselecteerd.
Ook Brahms selecteerde teksten uit het Oude en Nieuwe testament en uit apocriefe boeken die in zijn Luthervertaling voorkwamen (alleen het 'Selig sind die Toten' treffen we ook bij Schütz aan), maar het was niet zijn bedoeling om liturgische muziek te schrijven; hij schreef een religieus werk voor de concertzaal, en plaatste zich daarmee in de traditie van Handels Messiah en Beethovens Missa Solemnis. Belangrijker nog is dat Brahms' Requiem niet speciaal bedoeld is voor perioden of gelegenheden van dood, rouw, sterven en begraven. Dit Requiem is niet zoals de Requiem-mis een bede voor het zieleheil van een overledene, maar troostmuziek voor allen die geliefden te betreuren hebben en bezorgd zijn om de eindigheid van hun eigen bestaan. Het is een hooglied van de troost. Hier vinden we geen 'Dies Irae', geen hel en verdoemenis, geen bedreigende apocalyptische perspectieven, maar bemoediging voor treurenden en twijfelenden op basis van een bevrijdend en troostrijk vertrouwen in Gods onvoorwaardelijke liefde, en een verzoening met de dood En ten slotte: Brahms' Requiem 'nach Worten der Heiligen Schrift' is geen specifiek protestantse of zelfs maar christelijke muziek. Christus, zonde en kruis mankeren in de tekst, evenals alle andere dogmatische noties.
Hoewel Brahms kerkelijk en met de bijbel was opgevoed had hij zich ontwikkeld tot een religieus maar niet confessioneel geïnteresseerde vrijdenker die toch geen dag buiten de bijbel kon, maar zijn Requiem zag als een humanistische lijdensmeditatie. Het woord 'deutsches' verklaarde Brahms - die ook zeker niet voor een nationalist wilde worden aangezien - graag te willen inwisselen voor 'menschliches'. De bijbel las hij als inspirerende poëtische literatuur, niet als theologisch document. Dat de woorden 'von nun an' (deel VII) naar Christus' dood verwijzen neemt hij voor lief, zonder daar verder op in te gaan.
Ontstaan
Het monumentale Deutsches Requiem beleefde zijn première op Goede Vrijdag 10 april 1868 in de Dom van het Noordduitse Bremen, onder leiding van Brahms zelf. Met zijn lengte van zeventig minuten was het - op dat moment - Brahms' langste compositie, en dat zou het blijven, ook na zijn latere grote symfonieën. En het bleek zijn 'meesterstuk' te zijn, de afronding van lange en moeizame leerjaren waarmee de 35-jarige Brahms, die tot dan toe slechts beperkte bekendheid genoot als klavierleeuw, koordirigent en componist van vocale en kamermuziek, in één klap zijn naam vestigde in de Europese muziekwereld. En waarmee bewaarheid werd wat zijn mentor Robert Schumann al in 1853 over de toen 20-jarige Brahms formuleerde: dat we hier met een groot en veelbelovend talent te doen hebben. Dat Schumann al in zijn projektbuch het ontwerp voor een 'deutsches Requiem' noteerde wist Brahms trouwens nog niet toen hij het componeerde.
Schumanns dood in een inrichting (1856), twee jaar na zijn zelfmoordpoging in de Rijn, heeft Brahms sterk aangegrepen, en mede tot het Deutsches Requiem geïnspireerd. In 1861 blijkt hij de teksten al verzameld te hebben, maar de compositie komt pas echt op gang na de dood van zijn moeder in 1865. Twee jaar later is het werk gereed, maar in het katholieke Wenen volstaat men - tijdens een Schubert-herdenking op 1 december 1867 - met een uitvoering van de eerste drie delen, uit angst het publiek te overbelasten met het werk van deze zwaartillende Noordduitser; het stuk wordt op gejoel en gesis onthaald, zonder dat Brahms daarvan erg onder de indruk is. Na de pauze wordt Rosamunde van Schubert gespeeld.
De Goede-Vrijdag uitvoering in Bremen, vooreen publiek van 2500 personen,wordt daarentegen een groot succes, en moet drie weken later worden herhaald. Het Deutsches Requiem omvat dan trouwens nog maar zes delen en heeft alleen een baritonsolist; het latere deel V, met de sopraansolo, ontbreekt nog. Aan de uitvoering gaat bovendien een discussie met het kerkbestuur vooraf, dat het ontbreken van Christus' kruisdood in het stuk onaanvaardbaar acht; na deel III wordt het stuk daarom onderbroken voor een uitvoering van de sopraanaria 'Ich weiss daß mein Erlöser lebt' uit Handels Messiah. Wellicht dat deze sopraansolo Brahms inspireerde tot zijn toevoeging 'In Gedanken an die Mutter', waarmee hij niet alleen een vrouwelijke solist introduceerde maar ook de hele architectuur in evenwicht bracht. Brahms draagt het werk op aan de nagedachtenis van zijn moeder en Robert Schumann. 18 februari 1869 wordt in het Leipziger Gewandhaus o.l.v. Carl Reinecke voor het eerst de definitieve versie uitgevoerd. De volgende tien jaren wordt het stuk in Europa zeker honderd keer uitgevoerd.
Voor meer informatie omtrent opbouw, muzikale compositie en inhoud klik hier
|
| De webcam staat op mijn bureau gericht. Wanneer de webcam off-line is staat er een of andere afbeelding en wordt het beeld niet om de 10sec ververst. |
Hieronder volgen enkele verwijzingen naar andere websites die ik interessant, handig en of leuk vind. Mocht u/je vinden dat er een verwijzing toegevoegd moet worden, of bent u tegen een zogenaamde ´dode´ (een verwijzing die het niet meer doet) link aangelopen, dan stel ik het op prijs dat u/je me dat meldt.
Mijn email-adres is hans@jbroodbeen.nl| A | |
| - | - |
| B | |
| - | - |
| C | |
| - | Een demoversie van Capella kun je hier downloaden |
| D | |
| - | - |
| E | |
| - | - |
| F | |
| - | Met FoxitReader kun je eenvoudig pdf-documenten lezen zonder software te installeren. Klik hier om het programma te downloaden! |
| G | |
| - | - |
| H | |
| - | - |
| I | |
| - | - |
| J | |
| - | Doe je wel eens iets met JavaScript, dan moet je deze pagina gezien hebben! |
| K | |
| - | - |
| L | |
| - | - |
| M | |
| - | - |
| N | |
| - | - |
| O | |
| - | - |
| P | |
| - | - |
| Q | |
| - | - |
| R | |
| - | - |
| S | |
| - | Reformatorische Oratoriumvereniging Sonante Vocale |
| T | |
| - | - |
| U | |
| - | - |
| V | |
| - | - |
| W | |
| - | - |
| X | |
| - | - |
| Y | |
| - | - |
| Z | |
| - | - |