Persoonlijk Instrumentaal Vocaal Mijn Webcam Mijn links

Hans is geboren in 's-Gravenpolder op 22 april 1966. Na de lagere school ging het via M.A.V.O. en H.A.V.O naar de de 'Zeeuwse Academie voor Chemie en Gezondheidszorg' in Goes. Na diverse naamswijzigingen van deze opleiding kreeg hij als klinisch-chemisch analist aan de Laboratoriumschool Zeeland in 1990 zijn diploma.

Na een boeiende periode in militaire dienst als wachtmeester verkenner bij het B103 Verkenning Bataljon in Seedorf, kon hij uiteindelijk in zijn vak aan de slag. Hierdoor werd hij genoodzaakt te verkassen van het 'zeeuwse' naar de 'grote stad' Arnhem waar hij een betrekking kreeg als klinisch-chemisch analist op het Klinisch-Chemisch Laboratorium van het Rijnstate Ziekenhuis aldaar. Na ruim 5 jaar lagen er geen uitdagingen meer voor hem en hield het daar voor gezien. Inmiddels was hij op het laboratorium betrokken geraakt bij de interne automatisering. Omdat voor hem hier meer uitdagingen lagen koos hij definitief voor deze branch.

Zijn IT-loopbaan begon bij Simac Service BV, het huidige Simac ICT BV onderdeel van Simac Techniek NV, als call-intaker op de helpdesk. Na een paar maanden verruilde hij deze functie voor projectcoördinator bij de afdeling Project Management. Binnen een jaar groeide hij door naar de functie van projectleider. In verband met verslechterende bedrijfomstandigheden vertrok Hans naar een nieuwe werkgever. Bij Logica, een grote IT-dienstverlener ging hij als ICT-Specialist aan diverse uitdagende projecten werken. Omdat Hans in de 2 jaar die hij bij Logica werkte teweinig mogelijkheden heeft gekregen om aan het uitbouwen van zijn functie te werken, maakte hij opnieuw een overstap. Profinity BV in Woerden(Inmiddels overgenomen door Sylis, een ICT dienstverlener uit Rotterdam.) was het bedrijf waar hij toen aan de slag ging als Senior Project Manager.

Wat Hans muzikale 'loopbaan' betreft. De liefde voor muziek zat er al vroeg in alhoewel hij pas op 16-jarige leeftijd aan zijn orgellessen begon bij Dhr. H.Murre. Van hem heeft hij ruim 6 jaar orgelles gehad.Na zijn trouwen is hij in Arnhem gaan wonen. In de kerklijke gemeente heeft hij 10 jaar de zondagse eredient begeleidt. Daarnaast viel hij ook weleens in als begeleider van het plaatselijke koor. Inmiddels heeft hij ook zijn lessen weer opgepakt. Nu bij Dhr. B. Elbertsen te Ede.

Niet alleen muziek maken, maar ook het gebruik van de stem komt bij Hans aan bod. Sinds januari 2005 zingt hij als bas bij de Reformatorische Oratorium Vereniging ´Sonante Vocale´. Meer informatie over deze vereniging kun je lezen onder het tabje ´Vocaal´

Na 10 jaar als voorzitter leiding gegeven te hebben binnen het jeugdwerk voor -12 jarigen heeft hij deze functie verwisseld voor een bestuurlijke functie. Als voorzitter is hij nu actief in het dagelijks bestuur van de Eben Haëzer school te Bennekom.

Naast het muzikaal bezig zijn, doe ik pro deo systeembeheer voor een kleine stichting. Verder cross ik met enige regelmatig op mijn MTB door de Renkumse bossen en vind ik af en toe tijd om wat te lezen.
Het Marcusse-orgel in de Maria Magdalena kerk te Goes met zijn bekende turkse kap
Het schitterende 42 stemmen tellende Marcussen-orgel in de Maria-Magdalena Kerk in Goes(ZLD). Dit relatief kleine orgel, wat de omvang betreft, is bekend vanwege zijn Turkse kap en zijn prachtig beschilderde orgelluiken.Iedereen die in de zomer maanden de stad Goes aandoet, moet even een kijkje gaan nemen naar dit schitterende orgel. En als het even kan een keer een concert bijwonen.

Het pijporgel

Om de werking van een pijporgel te beschrijven, gaan we van één bepaald type orgel uit. Er bestaat namelijk een grote verscheidenheid aan type orgels, maar het orgel dat we het meeste tegenkomen is dat van het type 'Mechanische sleepladen'. Het principe van mechanische sleepladen is een principe dat heel lang gebruikt is in de orgelbouw, tot ongeveer aan het eind van 19e eeuw. Om het verhaal niet nodeloos ingewikkeld te maken nemen we een standaard pijporgel zoals dat werd gebouwd in de 17e en 18e eeuw.

Wat is nu eigenlijk een orgel. Een houtenkast met daarin een aantal pijpen. Het is wel een oneerbiedige beschrijving en verre van kompleet, maar het bevat wel een kern van waarheid. Ik kan wel zeggen de grootste kern. Er is heel veel over de bouw van een orgel te zeggen.

Voorbeeld van een klaviatuur. Wanneer we in de geschiedenis gaan kijken hoe nu eigenlijk een orgel is ontstaan dan kom ik schijfruimte te kort, dus daarom doe ik dan nu niet en beperk me alleen maar tot de bouw van het klassieke kerkorgel vgl het principe van mechanische sleepladen. De meeste orgels zijn opgebouwd uit verschillende 'werken', delen. Bijna alle orgels hebben een hoofdwerk(2 in fig.1). De grotere orgels kennen meestal ook een borstwerk(3 in fig.1) en bovenwerk(1 in fig.1). De grote torens/kasten die meestal aan de zijkanten staan behoren tot het pedaalwerk (worden in de figuur niet getoont). De pijpen die achter de organist(5 in fig.1) staan opgestelt noemen we het rugwerk(4 in fig.1)
Het orgel is eigenlijk een blaasinstrument. Het geluid dat een pijporgel voortbrengt komt tot stand doordat er lucht(wind) door een (aantal) pijp(en) wordt geblazen. Het lijkt dus qua principe op een blokfluit, maar in plaats van dat de organist zelf de lucht door de pijpen moet blazen, komt de windvoorziening mechanisch/elektrisch tot stand.Wanneer een organist nu op een toets drukt kan er lucht door de pijp heen en wordt er een bepaald geluid, de toon, geproduceerd. De hoogte van de toon hangt af van de lengte van de pijp. Het soort geluid, de klankkleur, hangt af van de vorm en of het materiaal van de pijp. De pijpen van een soort klankkleur noemen we een register. We hebben inmiddelijks de meest belangrijke onderdelen van het orgel al genoemd. Het zijn:
-De pijpen
-De registers
-De winddvoorziening
We zullen nu deze onderdelen wat uitvoeriger belichten.
Naar het begin van deze pagina

De pijpen
Iedereen kent ongetwijfeld een blokfluit. Wanneer de fluitist van toonhoogte wil veranderen sluit hij één of meerdere gaatjes. Bij een orgelpijp is dit niet mogelijk omdat zo'n pijp maar één toonhoogte kan voortbrengen. Zoals we al zeiden is de hoogte van de toon afhankelijk van de lengte van de pijp. We moeten dus voor iedere toonhoogte een pijp met een andere lengte aanblazen. Hebben we een toetsenbord, klavier genaamd, van 61 toetsen, dan moeten we dus voor elk register 61 pijpen hebben.Hoe ziet een orgelpijp er nu eigenlijk uit. Er is een grote diversiteit aan pijpen. Pijpen worden van zowel hout als van metaal gemaak. Je komt ze in allerlei vormen tegen. En zoals gezegd in verschillende lengtes. Globaal zijn de pijpen in twee kategoriën te verdelen. De labiaalpijpen en de tongpijpen.
Naar het begin van deze pagina
De labiaalpijp
De labiaalpijp is de belangrijkste pijpsoort. Over het algemeen is dat de pijp die in het front van een orgel staat, dus de pijp die we zien. De labiaalpijp dankt zijn naam aan de twee lippen(labia), de onderlabia(7 in fig.2) en de bovenlabia(6 in fig.2). Wanneer je een dergelijke pijp van dichtbij bekijkt dan kun deze lippen goed zien zitten. De opening tussen deze twee labia noemen we de opsnede(5 in fig.2). Wanneer er nu lucht in de pijp geblazen wordt, komt dat er aan de onderkant bij de voetopening(9 in fig.2) in. De lucht bevindt zich nu in de pijpvoet(2 in fig.2) en wordt daarna door de kernspleet(8 in fig.2) geblazen. Deze kernspleet wordt gevormd door de kern(3 in fig.2), die de pijp eigenlijk in tweeën verdeeld en het onderlabium. Doordat de lucht door deze smalle spleet wordt geblazen ontstaat er als het ware een smalle lucht bundel. Deze smalle luchtstroom blaast tegen het uiteinde van het bovenlabium, hierdoor ontstaat een luchttrilling in het corpus(1 in fig.2). Wanneer het corpus lang is ontstaat er een lage toon. Is het corpus kort dan ontstaat er een vlugge trilling dat zich uit in een hoge toon. Dit is in een versimpelde weergave van de manier waarop een toon in een orgelpijp tot stand komt. Labiaalpijp
Naar het begin van deze pagina
De Tongpijp
De tongpijp of linguaal zoals hij ook wel genoemd wordt, verschilt in alle opzichten van labiaalpijp. Niet alleen in klankkleur maar ook de bouw is geheel anders. Het belangrijktste 'orgaan' van de tongpijp is, vanzelfsprekend, de messing tong(5 in fig.3). Ook hier komt de lucht aan de onderkant van de pijp,de voetopening(7 in fig.3), de pijp in. Dit gedeelte noemen we de stevel(2 in fig.3). De lucht in de stevel brengt de eerder genoemde tong in beweging(trillingen), waardoor de tong tegen de lepel(4 in fig.3) slaat. De schalbeker(1 in fig.3) die boven op de kop(3 in fig.3) is geplaatst, versterkt het geluid dat door de tong wordt voortgebracht. Met behulp van de stemkruk(6 in fig.3) kunnen we de lengte van de tong, dus de toonhoogte van de pijp, variëren. Deze stemkruk wordt gebruikt wanneer we de pijpen moeten stemmen. Tongpijp of Linguaal
Naar het begin van deze pagina
Het klankkarakter
We weten nu hoe een bepaalde toon tot stand komt, nl. door trilling. Maar wanneer we naar het orgelspel luisteren horen we niet alleen verschillende tonen maar ook verschillende klanken. Zoals we al zeiden geluid is een trilling. Deze trillingen omvatten verschillende soorten toonniveau's. We kennen de zogenaamde grondtonen en boventonen.
Pijpen met verschillende mensuren Wanneer we op verschillende instrumenten, bijvoorbeeld een piano en een viool, dezelfde toon, bijvoorbeeld een a" laten horen, horen we toch twee verschillende klanken. Dat komt omdat de grondtoon, de a", wel hetzelfde is maar een viool heeft heel andere boventonen dan een piano. Doordat de grondtoon als het ware versmelt met de boventonen, horen we toch maar een klank en niet de grondtoon apart van de boventonen. De specifieke klank van een instrument noemen we het klankkarakter. Een orgel heeft dus pijpen met verschillende verhoudingen tussen grondtoon en boventonen (klankkarakter). Een heel toonbereik van pijpen met één klankkarakter noemen we een register. Een register met een normale toonhoogte heet een 8-voets register, dat betekent dat het corpus(1 in fig2) van de laagste pijp 8 voet lang is (2,40 mtr). Deze pijp is van boven gewoon open. Wanneer we een pijp van 4 voet van boven afsluiten, dan geeft deze pijp dezelfde toonhoogte als een open 8-voets pijp. Op deze manier kun je grote(16-32 voets) tot zeer grote(64-voets = 19,20 mtr) pijpen nog in een kerkruimte krijgen. Zo’n van boven afgesloten pijp noemen we dan ook een gedekte pijp. Het enige verschil met een open pijp is dat de klank van een gedekte pijp minder
boventonen heeft en dus minder helder is van klank.
Naar het begin van deze pagina
De mensuren
We kunnen de labiaalpijpen globaal in drie katakoriën verdelen,nl: registers met enge, normale en wijde mensuren.(Onder de mensuur van een pijp verstaan we de verhouding van de breedte tot de lengte). Enkele voorbeelden van pijpen met verschillende mensuren zien we in figuur 4. De eerste pijp is een prestant. Het is een register met een normale mensuur dat
wil zeggen een heldere klank met veel boventonen. Ze vormen de belangrijkste pijp van het orgel. Een pijp met een wijde mensuur is de fluit of de nachthoorn(2 in fig.4). Deze pijp heeft de minste boventonen en is zwoel van klank. De strijkers zijn de pijpen met een enge mensuur. Zoals de naam het al zegt hebben ze een strijkerige klank. Voorbeelden van deze pijp zijn bijvoorbeeld de viola da gamba(3 in fig.4) en de salicionaal. Als laatste zien we in figuur 4 voorbeelden van een aantal gedekte pijpen. De holpijp(6 in fig.4) of bourdon zijn gedekte pijpen met een normale of wijde mensuur. Een gedekte pijp met een enge mensuur is bijvoorbeeld de quintadeen(7 in fig.4). Andere soorten pijpen die we tegen kunnen komen zijn de conisch, trechtervormige en half gedekte pijpen. Voorbeelden hiervan zijn resp. de gemshoorn(4 in fig.4) de trechterfluit(5 in fig.4) en de roerfluit(8 in fig.4). Deze laatste pijp noemen we half gedekt omdat bovenop deze pijp een klein pijpje(het roer) is geplaatst. Ook bij de tongpijpen kennen we verschillende klank- karakters. Bij de tongpijp is de lengte en dikte van de tong(5 in fig.3) bepalend voor de toonhoogte. De lengte en de vorm van de schalbeker(1 in fig.3) bepaald de klank. Hoe langer de schalbeker is des te steviger is de klank van het tongwerk. Over het algemeen hebben deze pijpen ook veel boventonen, dwz ze zijn helder van klank. De trompet(1 in fig.5), hobo(2 in fig.5) en de engelse hoorn(3 in fig.5) zijn voorbeelden van tongwerken Tongpijpen met verschillende mensuren
met een lange schalbeker. De volgende twee pijpen zijn tongwerken met een korte schalbeker, ook wel regalen genoemd. De vioolregaal(4 in fig.5) en de dulciaanregaal(5 in fig.5) zijn hier voorbeelden van. Tussen deze twee soorten tongwerken zitten onder andere nog de kromhoorn en de dulciaan(6 in fig.5).
Naar het begin van deze pagina
De windvoorziening
We hebben het nu gehad over het voornaamste onderdeel van het orgel, maar pijpen kunnen nog zo mooi klinken een orgel kan nog zo mooi gebouwd zijn, wat we natuurlijk wel nodig hebben is ....wind. Zoals een fluitist zijn fluit aanblaast zullen ook de orgelpijpen aangeblazen moeten worden. Vroeger werd deze lucht gemaakt met behulp van grote blaasbalgen die door één of meerdere personen, afhankelijk van de orgel grootte, werden bediend. Dat was een zware klus, maar met de komst van de elektrische windmotor is dit niet meer nodig. We zullen nu de diverse onderdelen van de luchtvoorziening wat nader gaan bekijken.In figuur 6 zien we heel schematisch de weg die de lucht aflegt. De elektrische windmachine(1 in fig.6)
zorgt voor het ontstaan van een bepaalde hoeveelheid lucht. Deze lucht wordt naar de blaasbalg(2 in fig.6) geblazen. Deze blaasbalg vult zich helemaal met lucht. We moeten nu goed bedenken dat er niet op elk moment evenveel wind nodig is. Wanneer er veel register 'open' staan moeten er meer pijpen worden aangeblazen dan wanneer er maar één register 'open' staat. Wat verder erg belangrijk is, is dat de winddruk konstant blijft. Pak maar eens een blokfluit, speel dan één toon en blaas dan een keer hard en daarna zacht. Je zult horen dat er duidelijk verschil zit in de toonhoogte terwijl je toch dezelfde gaatjes dicht houdt. Zo is het ook bij een orgelpijp. Er moet een konstante luchtstroom door de pijpen gaan om een helder egaal geluid te laten klinken.Om dit te realiseren wordt er gebruik gemaakt van een byzondere blaasbalg, de zgn magazijnbalg. Deze balg bevat een tweetal 'compartimenten'. Het bovenste gedeelte, dat in verbinding staat met de windlade(4 in fig.6) kan op en neer bewegen, een soort harmonicakonstructie. Het onderste gedeelte staat direkt in verbinding met de windmachine. Deze twee compartimenten zijn van elkaar gescheiden door een houten plaat. In deze plaat zit een gat dat afgesloten kan worden door een klep. Wanneer de balg helemaal gevuld is met lucht sluit dit klepje. Als de organist een toets indrukt en er dus wat lucht uit de balg ontsnapt zakt het bovenste gedeelte van de blag. Wanneer de blag nog verder zakt wordt het klepje
tussen de twee compartimenten geopend en kan er weer lucht in het bovenste gedeelte stromen. Op deze manier is er dus een konstante luchtstroom naar de windlade.
Naar het begin van deze pagina
De windlade
Zoals we al in figuur 1 kunnen zien staan de pijpen in een soort bak. Deze houten bak noemen we de windlade(6 in fig.1). In figuur 7 zien we het voor aanzicht van zo'n windlade. Een normale windlade is ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 25 cm hoog. Aan de bovenzijde bevinden zich een groot aantal gaten. In deze gaten komen de pijpen te staan. Voor elke pijp een gat. Wanneer er op de windlade geen plaats meer is of als de pijp niet direkt op de windlade kan staan, bijvoorbeeld de frontprestanten, dan zitten er ook aan de zijkant gaten. Voor deze pijpen worden conducten gebruikt om de lucht naar de
pijpvoet te voeren. Onderaan de windlade kunnen we een heleboel metalen draden zien, de zgn trekdraden(3 in fig.7). Voor elke toets is er een trekdraad. Aan de zijkant bevindt zich de windtunnel waardoor de lucht in de windlade geblazen wordt. Verder kunnen we ook de mechaniek voor de registers aan de zijkant van de windlade vinden. Hoe gaat nu de wind haar weg? We waren bij de balg gebleven. Vanuit de baLg gaat de lucht via de windtunnel(3 in fig.6) naar de windlade. Daar wordt de lucht tegen gehouden door een ventiel(2 in fig.7). Aan elk ventiel zit een trek draad, die op zijn beurt via een ingenieus systeem met een toets is verbonden. Drukt de organist nu een toets in dan wordt het ventiel geopend en de lucht kan verder stromen. Wanneer de toets wordt losgelaten zorgt de ventiel ervoor dat het ventiel weer sluit. De lucht bevindt zich nu in een smal rechthoekig kamertje dat cancel(4 in fig.7) wordt genoemd. Een cancel wordt aan de onder- en bovenkant afgesloten door een latje, sponsel genaamd. De sponsel aan de boven zijde van de cancel bevat een aantal gaten. Door deze gaten kan de lucht naar de pijpen stromen. Boven de sponsels liggen verschuifbare latten, de sleep(5 in fig.7). Ook de sleep bevat een aantal gaten die zodanig geboord zijn dat wanneer de sleep in een bepaalde positie wordt geschoven het gat in de sleep precies boven een gat in de sponsel van een cancel komt te liggen. Op deze manier kan er lucht in de pijp stromen. Het heen en weer schuiven van de sleep gebeurd met behulp van de trekregisters bij het klaviatuur, die via een ingenieus systeem met elkaar verbonden zijn. Het is natuurlijk niet zo dat de pijpen vast op de sleep staan anders zouden ze mee bewegen, hangen als het ware boven de sleep in de zgn pijpstok(6 in fig.7). Om ervoor te zorgen dat de pijpen niet omvallen worden ze ongeveer op 15 cm vanaf de pijpvoet ondersteund door het pijprooster. De ruimte tussen de pijpstok en de sleep moet
natuurlijk luchtdicht zijn afgesloten om de te voorkomen dat er lucht weg lekt. Dit wordt bereikt door gebruik te maken van vilten ringen rondom de boorgaten te plakken. Soms wordt er ook gebruik gemaakt van een verende sleepafdichting onderin de pijpstokken of eenverende sleep. Bij deze laatste techniek wordt gebruik gemaakt van een sleep die uit twee delen bestaat. Een boven en een onder sleep. De gaten in de sleep wordt gevormd door indrukbare leren buisjes. De lucht bevindt zich nu uiteindelijk in de pijp en de juiste klank met de juiste toonhoogte komt tot 'leven'.
Naar het begin van deze pagina

Tot slot
Ik ben mij er zeker van bewust dat dit verhaal verre van kompleet is. Er zou bijvoorbeeld nog een heleboel te vertellen zijn over de mechanieken voor de toets- en registeroverbrenging van klaviatuur naar de windlade. Verder heb ik het niet gehad over vul-en samengestelde stemmen. Mocht er behoefte zijn aan dergelijke informatie dan hoor ik dat graag. Toch hoop ik dat ik hiermee de geïnteresseerde leek iets duidelijk heb kunnen maken over de werking van een kerkorgel en wel in het byzonder de techniek van mechanische sleepladen.

Sinds 1 januari 2005 ben ik lid geworden van de Reformatoruische Oratorium Vereniging, kortweg ROV, Sonante Vocale. (zie ook 'Mijn links') Na een eerste kennismaking was de keuze snel gemaakt. Daar de echte kenners na de stemtest een positief advies gaven zing ik nu als bas in dit koor. Aan het concert voor 2005 mag ik, gezien de korte studietijd, helaas nog niet mee doen, maar het mee repeteren van het uitgebreidde programma is al een genot opzich. De motetten van Schutz en de cantates van Graupner, Bach en Bruhns klikken dan ook regelmatig door de woonkamer.

Op D.V. 19 februari werkt Sonante Vocale mee aan een concert, georganiseerd door Woord en Daad, ten bate van de noodhulp in Azië. Tijdens dit concert heb ik met mijn iPAQ diverse opnamen gemaakt. Hoewel de geluidskwaliteit natuurlijk niet optimaal is, krijg je toch een aardig beeld van de klank van het koor. Hier volgt een opname van een motet van Heinrich Schütz: Also hat Gott die Welt geliebt (SWV 380).
Also hat Gott die Welt geliebt.

Op zaterdag 25 maart 2006 beleefde ik mijn eerste concert met Sonante Vocale. In een bomvolle St.Joris kerk te Amersfoort hebben we samen met orkest en solisten de prachtige muziek van de Johannes Passion van J.S.Bach laten horen. Persoonlijk een indrukwekkende gebeurtenis. Vooral het slot van dit concert met de woorden van het laatste koraal: “Ach Herr, laB dein lieb Engelein“ was een waardige afsluiting. De wijze waarop de dirigent dit dirigeerde past precies in de context van de tekst.

Voor diegene die meer achtergrond omtrent de Johannes Passion willen lezen heb ik een en ander in een pdf-document gezet. Klik hier om het document te downloaden. Mocht je dit type document niet kunnen lezen, ga dan naar 'Mijn links' en download het programma FoxitReader.

Op zaterdag 1 december 2007 voerden we de Messiah van G.F.Händel uit. We zien terug op een goed bezocht concert in de Jacobikerk te Utrecht.

Op zaterdag 8 november 2008 gaven we een concert rondom het Thema World without end. Een repertoire van engelse psalmen. Van laatmiddeleeuws tot hedendaagse uitvoeringen. De locaties was ditmaal vanwege het orgel de Martinikerk in Doesburg. De engelse organist Roger Sayer begeleidde ons op het fantastische Walcker-orgel.

Inmiddels richten we ons op het komende concert. In het najaar hopen we “Ein Deutsches Requiem“ van Johannes Brahms uit te voeren. Voor de geinteresseerd hieronder wat achtergrond informatie omtrent componist en werk.

Johannes Brahms
Johannes Brahms (1833–1897) ©Wikipedia
(7 mei 1833 – 3 april 1897) was een Duits componist, dirigent en pianist

Brahms werd geboren in een sloppenwijk van Hamburg als zoon van een freelance-muzikant en een coupeuse. Zijn ouders zagen al snel zijn grote muzikale talenten en hij kreeg op zijn zevende jaar pianoles van Otto Friedrich Cossel. Toen hij tien jaar oud was speelde hij de pianopartij en het pianokwintet opus 16 van Ludwig van Beethoven. Dit optreden werd bijgewoond door een Amerikaanse impresario, die veel geld bood voor een tournee in Amerika van dit wonderkind. Onder druk van zijn pianoleraar, die bang was dat het talent zich door dit plan niet verder zou ontwikkelen, ging de tournee niet door. Johannes kreeg daarop gratis les van Eduard Marxsen, de beste pianoleraar van Hamburg.

Brahms, toen ongeveer dertien jaar, moest om zijn ouders te steunen in hun voortdurende strijd tegen de armoede populaire muziek spelen in bars en bordelen. Hij las tijdens het pianospelen gedichten van onder meer Novalis en Hölderlin om te ontsnappen aan het werk dat hij maar vervelend vond.

Brahms begon op zijn vijftiende volksliedjes te verzamelen en te bewerken en in 1851 had hij zijn eerste werk geschreven, het Scherzo in es-klein (opus 4). Vlak daarna volgden zijn pianosonates in C (opus 1) en in fis-klein (opus 2).

In 1853 ging Brahms samen met de Hongaarse violist Eduard Reményi op tournee, waar hij in Düsseldorf Robert en Clara Schumann ontmoette. De vriendschap die ze sloten, was er een voor het leven. Dankzij de lovende kritiek van de zeer bekende Robert Schumann was Brahms' naam gemaakt. Robert Schumann had een bipolaire stoornis. Brahms maakte van nabij mee dat Schumann een eind aan zijn leven wilde maken door zich in de Rijn te werpen. Schumann werd in een kliniek opgenomen en stierf in 1856. Brahms bleef zijn hele leven innig bevriend met de weduwe Schumann. Het is tot op heden nog altijd onduidelijk of Brahms meer voor Clara heeft gevoeld dan alleen vriendschap.

In 1860 ondertekende Brahms een manifest tegen de Nieuwduitse muziek, een stroming waarvan onder andere Richard Wagner en Franz Liszt de grote figuren waren. Brahms en zijn medeondertekenaars maakten zich hiermee niet geliefd bij de modernisten. Brahms voelde zich meer thuis in de klassieke traditie van Bach, Mozart, Haydn, Beethoven en Schubert. In 1862 verhuisde hij naar Wenen.

Na de dood van zijn moeder, wat hem zeer aangreep, in 1866, componeerde hij Ein deutsches Requiem een humanistische liturgie van troost en lijden. Voor dit gigantische muziekstuk maakte hij gebruik van teksten van de vertaling van Maarten Luther van de bijbel, in plaats van de gebruikelijke Latijnse dodenmis. Hij had het stuk achteraf liever het Requiem van de Mens willen noemen. Zes delen van Ein deutsches Requiem werden op Goede Vrijdag in 1868 met groot succes opgevoerd in Bremen. Het complete werk van zeven delen ging onder leiding van Carl Reinecke op 18 februari 1869 in premiere in het Gewandhaus in Leipzig. Na Ein deutsches Requiem, componeerde Brahms Rinaldo, een ander groot muziekstuk voor koor en orkest, gebaseerd op teksten van Goethe.

In 1876 voltooide hij zijn eerste symfonie, een compositie waar hij meer dan twintig jaar had gewerkt. Deze symfonie kreeg in Wenen de bijnaam Beethovens tiende. Hoewel Brahms het aanvankelijk wel vleiend vond om de erfgenaam van Beethoven te zijn, begon hij het later toch hinderlijk te vinden.

Op symfonisch gebied werd Brahms in Wenen tegenover Anton Bruckner gesteld. Bruckner vertegenwoordigde volgens de 'Brahmsianen' (ten onrechte overigens) de 'wagneriaanse' symfonie. Brahms werd door de Bruckneraanhangers (onder andere Gustav Mahler en Hugo Wolf) als conservatief bestempeld. Beide symfonici verschilden op alle vlakken van elkaar (behalve dat zij hetzelfde lievelingsgerecht hadden). Onbedoeld werden beide meesters mikpunt van elkaars tegenstanders. Overigens leed Brahms er minder onder dan Bruckner. In de overige drie synfonieën wist Brahms een veel persoonlijker stijl te vinden. Deze werken kwamen dan ook in veel kortere tijd tot stand dan zijn eersteling.

Brahms dirigeerde ook veel, voornamelijk zijn eigen muziek, maar ook muziek van Bach en veel koormuziek. In de jaren 1856 tot 1858 heeft hij geruime tijd bij het prinsdom Detmold gewerkt aan het Hoftheater. Hij dirigeerde daar het koor en soms ook het orkest. In die periode gaf hij pianolessen aan prinses Fredrike. Hij was in 1863 in Wenen dirigent van de Singakademie en gaf concerten met werken van Bach, Schumann, Beethoven en volksliederen in eigen bewerking.

Brahms raakte door zijn successen in goede doen, maar leefde altijd eenvoudig. Hij schonk veel weg aan veelbelovende musici, zoals Antonín Dvor(ák en ondersteunde zijn familie en Clara Schumann. Brahms heeft waarschijnlijk meer dan de helft van zijn werk vernietigd, omdat hij zeer perfectionistisch was. Tijdens zijn leven maakt hij, mede door zijn botte manier van optreden, veel vijanden, maar had ook veel vrienden.

Hij overleed 63 jaar oud op 3 april 1897 aan leverkanker in Wenen. Zijn begrafenis was een grootse gebeurtenis. Op de route naar de begraafplaats waren duizenden mensen aanwezig. De stoet werd begeleid door vlaggendragers en toortsdragers. De kist werd gevolgd door zijn vele vrienden als Antonín Dvor(ák en Alice Barbi. Het gebouw van de Wiener Musikverein was behangen met zwarte doeken. Brahms compositie Fahr wohl werd door de Singverein uitgevoerd. Brahms werd vlakbij Beethoven en Schubert begraven. Ook Hamburg, zijn geboortestad, treurde: tijdens de begrafenis hingen daar de vlaggen half stok.

Brahms' oeuvre, hoewel veel ervan door de componist zelf is vernietigd, is zeer omvangrijk. Hij schreef vier symfonieën en twee pianoconcerten, een vioolconcert en een dubbelconcert. Hij zette veel gedichten op muziek, en bewerkte muziek van Handel, Schubert en Bach.

Brahms' muziek wordt gerekend tot de late romantiek, waarin veel volkse invloeden te vinden zijn. Tot zijn bekendere werken behoren: Hongaarse dansen, Ein Deutsches Requiem.

Ein Deutsches Requiem
De titel van Brahms' Deutsches Requiem is misleidend. De tekst is weliswaar Duits, maar is het ook een Requiem? In elk geval niet in zoverre de tekst geen vertaling is van de Latijnse Requiem mis, de Missa pro defunctis. In het negentiende-eeuwse Duitsland bestond een tendens, en niet alleen binnen het protestantisme, om eerbiedwaardige oude teksten die de katholieke kerk nog gebruikte, in Duitse vertaling of herdichting op muziek te zetten, getuige een Duitse versie van Mozarts Requiem of Schuberts Deutsche Messe. Die traditie volgde Brahms niet; hij refereerde meer aan Schütz' zeventiende-eeuwse Musikalische Exequien ('Teutsche Begräbnis-Missa', 1736), een poging tot een protestants equivalent van de latijnse dodenmis waartoe de beoogde overledene, Prins Heinrich Posthumus von Reuss zelf een aantal bijbelteksten had geselecteerd.

Ook Brahms selecteerde teksten uit het Oude en Nieuwe testament en uit apocriefe boeken die in zijn Luthervertaling voorkwamen (alleen het 'Selig sind die Toten' treffen we ook bij Schütz aan), maar het was niet zijn bedoeling om liturgische muziek te schrijven; hij schreef een religieus werk voor de concertzaal, en plaatste zich daarmee in de traditie van Handels Messiah en Beethovens Missa Solemnis. Belangrijker nog is dat Brahms' Requiem niet speciaal bedoeld is voor perioden of gelegenheden van dood, rouw, sterven en begraven. Dit Requiem is niet zoals de Requiem-mis een bede voor het zieleheil van een overledene, maar troostmuziek voor allen die geliefden te betreuren hebben en bezorgd zijn om de eindigheid van hun eigen bestaan. Het is een hooglied van de troost. Hier vinden we geen 'Dies Irae', geen hel en verdoemenis, geen bedreigende apocalyptische perspectieven, maar bemoediging voor treurenden en twijfelenden op basis van een bevrijdend en troostrijk vertrouwen in Gods onvoorwaardelijke liefde, en een verzoening met de dood En ten slotte: Brahms' Requiem 'nach Worten der Heiligen Schrift' is geen specifiek protestantse of zelfs maar christelijke muziek. Christus, zonde en kruis mankeren in de tekst, evenals alle andere dogmatische noties.

Hoewel Brahms kerkelijk en met de bijbel was opgevoed had hij zich ontwikkeld tot een religieus maar niet confessioneel geïnteresseerde vrijdenker die toch geen dag buiten de bijbel kon, maar zijn Requiem zag als een humanistische lijdensmeditatie. Het woord 'deutsches' verklaarde Brahms - die ook zeker niet voor een nationalist wilde worden aangezien - graag te willen inwisselen voor 'menschliches'. De bijbel las hij als inspirerende poëtische literatuur, niet als theologisch document. Dat de woorden 'von nun an' (deel VII) naar Christus' dood verwijzen neemt hij voor lief, zonder daar verder op in te gaan.

Ontstaan
Het monumentale Deutsches Requiem beleefde zijn première op Goede Vrijdag 10 april 1868 in de Dom van het Noordduitse Bremen, onder leiding van Brahms zelf. Met zijn lengte van zeventig minuten was het - op dat moment - Brahms' langste compositie, en dat zou het blijven, ook na zijn latere grote symfonieën. En het bleek zijn 'meesterstuk' te zijn, de afronding van lange en moeizame leerjaren waarmee de 35-jarige Brahms, die tot dan toe slechts beperkte bekendheid genoot als klavierleeuw, koordirigent en componist van vocale en kamermuziek, in één klap zijn naam vestigde in de Europese muziekwereld. En waarmee bewaarheid werd wat zijn mentor Robert Schumann al in 1853 over de toen 20-jarige Brahms formuleerde: dat we hier met een groot en veelbelovend talent te doen hebben. Dat Schumann al in zijn projektbuch het ontwerp voor een 'deutsches Requiem' noteerde wist Brahms trouwens nog niet toen hij het componeerde.

Schumanns dood in een inrichting (1856), twee jaar na zijn zelfmoordpoging in de Rijn, heeft Brahms sterk aangegrepen, en mede tot het Deutsches Requiem geïnspireerd. In 1861 blijkt hij de teksten al verzameld te hebben, maar de compositie komt pas echt op gang na de dood van zijn moeder in 1865. Twee jaar later is het werk gereed, maar in het katholieke Wenen volstaat men - tijdens een Schubert-herdenking op 1 december 1867 - met een uitvoering van de eerste drie delen, uit angst het publiek te overbelasten met het werk van deze zwaartillende Noordduitser; het stuk wordt op gejoel en gesis onthaald, zonder dat Brahms daarvan erg onder de indruk is. Na de pauze wordt Rosamunde van Schubert gespeeld.

De Goede-Vrijdag uitvoering in Bremen, vooreen publiek van 2500 personen,wordt daarentegen een groot succes, en moet drie weken later worden herhaald. Het Deutsches Requiem omvat dan trouwens nog maar zes delen en heeft alleen een baritonsolist; het latere deel V, met de sopraansolo, ontbreekt nog. Aan de uitvoering gaat bovendien een discussie met het kerkbestuur vooraf, dat het ontbreken van Christus' kruisdood in het stuk onaanvaardbaar acht; na deel III wordt het stuk daarom onderbroken voor een uitvoering van de sopraanaria 'Ich weiss daß mein Erlöser lebt' uit Handels Messiah. Wellicht dat deze sopraansolo Brahms inspireerde tot zijn toevoeging 'In Gedanken an die Mutter', waarmee hij niet alleen een vrouwelijke solist introduceerde maar ook de hele architectuur in evenwicht bracht. Brahms draagt het werk op aan de nagedachtenis van zijn moeder en Robert Schumann. 18 februari 1869 wordt in het Leipziger Gewandhaus o.l.v. Carl Reinecke voor het eerst de definitieve versie uitgevoerd. De volgende tien jaren wordt het stuk in Europa zeker honderd keer uitgevoerd.

Voor meer informatie omtrent opbouw, muzikale compositie en inhoud klik hier


Mijn Webcam pagina


Image will refresh every 10 Seconds
De webcam staat op mijn bureau gericht. Wanneer de webcam off-line is staat er een of andere afbeelding en wordt het beeld niet om de 10sec ververst.



© Heelsum,2005

Hieronder volgen enkele verwijzingen naar andere websites die ik interessant, handig en of leuk vind. Mocht u/je vinden dat er een verwijzing toegevoegd moet worden, of bent u tegen een zogenaamde ´dode´ (een verwijzing die het niet meer doet) link aangelopen, dan stel ik het op prijs dat u/je me dat meldt.

Mijn email-adres is hans@jbroodbeen.nl
A
- -
B
- -
C
- Een demoversie van Capella kun je hier downloaden
D
- -
E
- -
F
- Met FoxitReader kun je eenvoudig pdf-documenten lezen zonder software te installeren. Klik hier om het programma te downloaden!
G
- -
H
- -
I
- -
J
- Doe je wel eens iets met JavaScript, dan moet je deze pagina gezien hebben!
K
- -
L
- -
M
- -
N
- -
O
- -
P
- -
Q
- -
R
- -
S
- Reformatorische Oratoriumvereniging Sonante Vocale
T
- -
U
- -
V
- -
W
- -
X
- -
Y
- -
Z
- -